vrijdag 1 mei 2009

OP STAP: De Luxemburgse Alpen


Klein Zwitserland in de Benelux


door Ronald Veerman


“Bom dia !”, zo klinkt het in vloeiend Portugees, “Welkom in Klein-Zwitserland”. We kijken verward op, maar nadat de lokale krant met de vreemde mix van Franse, Duitse en zelfs Nederlandse woorden nog eens goed is bekeken weten we het toch zeker: Dit is wel degelijk Lëtzebuerg, uiteraard beter bekend als Luxemburg.
Wandelend door de smalle straatjes van Larochette (letterlijk: klein rotsje) wordt het mysterie opgelost. De verwijzing naar het Zwitserse berglandschap is niet gelogen. Hoewel sneeuw op de bergtoppen ontbreekt wordt de streek alom als een klein alpengebied geprezen. Snel stromende riviertjes, watervallen, steile rotswanden en daarbovenop een stoer kasteel doen eigenlijk alleen de Matterhorn nog ontbreken.
De opvallende Portugese vlaggen en winkeltjes zorgen daarentegen voor een vreemd contrast en een bijna Zuid-Europese charme, die in dit stadje zelfs voor Luxemburgse begrippen uniek is.
Het bijna tweeduizend zielen tellende Larochette huisvest dan ook meer dan twintig nationaliteiten waarvan maar liefst de helft Portugese wortels heeft. Vooral in de smalle straatjes, waar uitgebreid de geuren van de Mediterrane keuken rondzweven, is dat goed te merken.
Het is een uitvloeisel van het beleid waarbij in de jaren vijftig en zestig alleen katholieke gastarbeiders welkom waren en vooral Portugezen hun weg naar het kleine land vonden. Op nog geen half miljoen inwoners telt Luxemburg nu ruim zestigduizend Portugezen, ofwel een op zes.
Niet alleen de immigranten voelen zich inmiddels thuis in de rustieke streek rond Larochette, dat met enige trots Klein-Zwitserland wordt genoemd maar ook wel bekend staat als het Müllerthal. Ook veel Nederlanders genieten jaarlijks met volle teugen van het fraaie en veelal op nog geen drie uur rijden gelegen heuvellandschap.
Reeds vanaf de drempel van het hotel of de caravan ligt de prachtige natuur hier letterlijk aan je voeten en kunnen prachtige wandelingen worden gemaakt langs mooie riviertjes als de Ernz Noire, door donkere naaldbossen of een klim naar het fraai gerestaureerde Burgkasteel.
Of het nu een kort stukje stappen is of een van de tientallen gemarkeerde lange tochten, bijna altijd zorgt het Luxemburgse landschap voor mooie plaatjes. Je onderweg vol etend met de alom aanwezige kersen, bramen en frambozen is het daarna heerlijk toeven op een van de terrasjes van mooigelegen toeristendorpjes als Berdorf en Beaufort. Of uiteraard op de ‘Bleech’, het kleine maar gezellige dorpspleintje van Larochette.
Met tal van overnachtingsmogelijkheden en de restaurantjes en cafeetjes vormt het een prachtige uitvalsbasis om het kleine Luxemburg te verkennen. Met een land zo groot als de provincie Limburg ligt immers alles binnen handbereik. Een interessante stedentrip naar hoofdstad Luxemburg of het Duitse Trier vergt slechts een half uurtje rijden en ook de glooiende wijngaarden en wijnkelders langs de Moezel zijn dichtbij.
Maar naast het verkennen van de lokale natuur zijn ook de dorpjes, kastelen en stadjes in de directe omgeving zeker een bezoek waard. Luxemburgse pareltjes als Vianden en Clervaux liggen wat verderop, maar binnen een kwartiertje zit je in Ettelbrück en het vanwege het biermerk landelijk bekende Diekirch, dat enkele leuke pleintjes heeft.
Grote trekker is en blijft echter het tegen de Duitse grens gelegen Echternach, dat op een steenworp afstand ligt en vanuit de dorpjes in het Müllerthal een prachtige (wandel)bestemming vormt. Voor een stadje van slechts vijfduizend inwoners heeft het vanwege de jaarlijkse springprocessie wereldberoemde plaatsje dan ook opvallend veel te bieden.
Vooral de enorme en reeds vanaf ver zichtbare Sint-Willibrord-abdij, het grootste bouwwerk van Luxemburg, maakt al snel duidelijk dat Echternach al meer dan duizend jaar een begrip in christelijk Noordwest-Europa is. Reeds in 698 gesticht door de gelijknamige heilige trekt de stad jaarlijks honderdduizenden bezoekers en pelgrims die niet alleen de gezellige winkelstraatjes maar vooral ook de fraaie kerken, tuinen en parken afstruinen.
Lopend langs de Orangerie en via Romeinse paviljoenen en oude patriciërshuizen trekt de historie van het groothertogdom dat tot 1890 aan ons land en het huis van Oranje verbonden was letterlijk aan je voorbij. Nadeel – of voor anderen wellicht een voordeel – is dat het Nederlands ruim honderd jaar later weer letterlijk de boventoon voert op de gezellige donderdagmarkt, wanneer vooral de bonte bloemenzee het hoofdpleintje opfleurt.
Je kunt het vooral ook zien aan de euromuntjes, die velen op de terrasjes direct driftig omdraaien in de hoop er Luxemburger Henri op te vinden en een muntensparend neefje blij te maken. Maar al te vaak zien we echter onze eigen Beatrix, een Duitse adelaar of een Franse Marianne. Zelfs het Portugese wapen duikt om verklaarbare redenen zo nu en dan op de euro’s op, waardoor we ook direct weer beseffen wat Luxemburg zo Europees, maar tegelijk ook zo uniek maakt.

0 reacties: