maandag 31 december 2007

EU-column: Eurofamilie dijt uit


Eurofamilie dijt uit

Vanaf morgen heeft Europa er met Cyprus en Malta alweer twee nieuwe eurolanden bij, waardoor de eurozone straks - zes jaar na de start van de munt - een rond aantal van vijftien leden telt.
Net als vorig jaar bij Slovenië het geval was, voldoen beide eilanden aan alle criteria van het Verdag van Maastricht. Niet alleen staatsschuld en begroting bleken onder controle, maar ook de inflatie valt binnen de euronorm. Een cijfer minder dan 1,5 procentpunt hoger dan het gemiddelde van de drie best presterende EU-landen is immers voldoende om voor de euro te kwalificeren.
Iets dat de Slovenen en nu ook de Cyprioten en Maltezers met een tijdelijk strak monetair beleid wisten te realiseren, waarbij ze bovendien een handje geholpen werden door de recent overal stijgende Europese inflatie. Deze maand piekte die door de flink duurder geworden olie- en voedselprijzen op liefst 3,1 procent.
Het lijkt daarom slechts een kwestie van tijd dat in mei ook voor Slowakije - als eerste ‘echte’ Oostblokland - het licht op groen springt voor de euro. Met een inflatie die nu een fractie boven 2 procent ligt lijkt immers geen vuiltje aan de lucht.
Toch kun je je afvragen hoe houdbaar al dit cijfermateriaal is, nu blijkt dat in 2008 een inflatieverdubbeling in Cyprus en Malta wordt voorzien en ook het zo solide geachte Slovenië dit jaar met enorme prijsstijgingen te maken kreeg. De ‘keurige’ 2,4 procent waarmee de ex-Joegoslavische republiek in 2007 de eurozone binnenstapte is in twaalf maanden tot liefst 5,7 procent aangezweld.
Overigens - ondanks alle waarschuwingen en lessen uit het verleden - deels veroorzaakt door misbruik van de euro-introductie via slinkse prijsverhogingen en stiekeme afrondingen. Een vervelend bijkomend effect dat nu overigens - na lange ontkenning – openlijk toegegeven wordt door de Europese Commissie.
Zal het in Slowakije daarom wellicht ook die kant opgaan en kunnen we die extra opwaartse druk op de euroinflatie niet missen als kiespijn ? Reden te meer dus voor Brussel om de cijfers van het land zeer kritisch te beoordelen.
Iets dat achteraf gezien – hoe sneu destijds ook – terecht bij Litouwen gebeurde, dat vanwege haar inflatieprognoses nipt de toetreding miste. De Baltische staat die samen met buren Estland en Letland in 2006 de eurozone leek binnen te stormen blijkt daar nu verder van verwijderd dan ooit.
Door met hoop op een snelle eurokomst te vroeg en tijdelijk te pieken krijgt het land nu keihard het inflatiedeksel op zijn neus. De oververhitte economie in combinatie met de stijgende energie- en voedselprijzen werken desastreus en hebben de inflatie inmiddels tot 8 procent opgejaagd. Ook in Estland (9 procent) en Letland (14 procent) gieren de prijzen omhoog.
De eerdere verwachting dat de eurozone de komende jaren gestaag zou blijven uitbreiden moet daardoor schielijk worden ingetrokken. Zeker ook nu grotere nieuwkomers als Polen, Hongarije en Tsjechië naast een hoge inflatie nog altijd met forse budgettaire problemen kampen die niet zomaar zijn opgelost.
Hopen blijft men natuurlijk wel, maar meest realistisch is wellicht nog EU-groentje Roemenië dat voor 2014 geen euro voorziet.

woensdag 26 december 2007

Column België Nieuwjaarsbrief

Terwijl vorige week door de Nederlandse schoolgebouwen de laatste ‘jump’-versies van bekende kersthits schalden, kon je in veel Vlaamse klaslokaaltjes vlak voor de vakantie een speld horen vallen.
Een stilte die hoort bij een aloud ritueel bij onze zuiderburen, waarbij de laatste dagen van het jaar traditioneel worden benut om ijverig een groot aantal plechtige nieuwjaarsbrieven te schrijven.
Alle jongens en meisjes tussen zes en twaalf jaar krabbelen daarin met de tong tussen de lippen en in hun mooiste handschrift een aantal fraaie nieuwjaarswensen neer voor opa en oma, peetvader en peetmoeder en andere familieleden waarnaar wordt ‘opgekeken’. Vlekken, vegen of fouten zijn in de fraai geïllustreerde mapjes uit den boze.
“Was ik nu een tovenaar, dan deed ik eens heel raar. Ik toverde veel dingen, waardoor je zou gaan zingen. Maar zoals je ziet, een tovenaar ben ik niet. Dus kan ik enkel wensen, veel gezondheid en geluk. Zo kan het nieuwe jaar niet stuk !”, is een van de teksten die de kleintjes dit jaar neerpenden en op 1 januari trots en hardop zullen oplezen.
Een gewoonte die als uniek en typisch België wordt omschreven en behalve als mooi stukje norm- en taaleducatie ook prachtig past bij het zachtmoedige karakter van onze zuiderburen. De overheid promoot de instandhouding dan ook actief.
Lang werd gedacht dat het fenomeen ergens in de negentiende eeuw was ontstaan, maar naar nu blijkt gebeurde het in Antwerpen zelfs al aan het eind van de 16e eeuw. Daarmee is de typisch Belgische traditie in feite net zo oud is als de jaarwisseling zelf en de ‘invoering’ van 1 januari als begin van het jaar.
De nieuwjaarsbrief was daarbij in feite een soort bedelbrief waarbij kinderen, jongeren en knechten in ruil voor een kleine gift plechtig een vers of goede wens opdroegen. Al is het ook nu ruim vierhonderd jaar later uiteraard nog altijd vooral om een presentje te doen, waardoor de jeugd niet terugdeinst om voor het oog van de hele familie een versje op te dreunen.
Behalve in België blijkt de nieuwjaarsbrief overigens ook in delen van Nederland enige tijd in gebruik te zijn geweest. In de loop van de vorige eeuw is het fenomeen echter langzaam in onbruik geraakt en na de opkomst van de kerstkaartjes zelfs helemaal verdwenen. Sindsdien rijmen wij alleen nog met Sinterklaas.

dinsdag 11 december 2007

Tulpeneuro


De gulden komt niet terug. Zoveel is duidelijk nu de euro sterk op weg lijkt de dollar als wereldvaluta te overvleugelen.
Toch blijft het voor sommigen zelfs na zes jaar moeilijk afscheid te nemen van kwartje, geeltje en snip, het ‘echte’ Hollandse geld. Zeker nu de euro deels synoniem zal blijven voor een munt die alles duurder maakte.
Om alsnog warmere gevoelens voor het Europese geld te krijgen lanceerde het CDA onlangs het plan om - in navolging van de munten - ook biljetten van een Nederlandse zijde te voorzien, door er een tulp op te plaatsen.
Een ludiek idee maar helaas te duur en onuitvoerbaar, zo liet premier Balkenende weten. Indien alle vijftien eurolanden – Cyprus en Malta komen er deze week bij – dit immers doen zitten we plots met honderd unieke biljetten. Ongetwijfeld een bloemrijk pakket maar vervalsers zullen gretig misbruik maken van de verschillen, die herkenning van nepbiljetten moeilijker maakt.
Iets dat ook al lastiger wordt bij de inmiddels dik tweehonderd verschillende euromunten die in de Europese portemonnees en automaten zitten. Niet alleen hebben eurolanden daarop acht keer een nationaal ontwerp gezet, maar in sommige lidstaten is deze al eens gewijzigd terwijl het bovendien speciale en ook in Nederland geldige herdenkingsmunten regent.
Al bestaan ook nu al echte ‘Nederlandse’ eurobiljetten. Te herkennen aan de eerste letter van de code op het geld. Zo zijn briefjes met een ‘P’ in Nederland bij Joh. Enschedé gedrukt, terwijl bijvoorbeeld de ‘X’ uit Duitsland komt en de ‘U’ Frans is.
Hoewel een tulp natuurlijk leuker is zullen we daar zelf overigens niet veel van terugzien. Bijna driekwart van ‘ons’ geld trekt in broekzakken en jassen immers al snel de grens over. Zo kan je via de site eurobilltracker.com zelfs de rondtocht van afzonderlijke biljetten volgen.
Wat niet weg neemt dat ook de huidige briefjes ooit vervangen moeten worden. Met als hoofdreden het voorblijven van vervalsers. Op dit moment wordt hard gewerkt aan een nieuwe serie met aangepast ontwerp en nieuwe veiligheidseisen, die vanaf 2009 de huidige biljetten gaan aflossen.
Daarbij blijft het wel bij een iets aangepaste versie van de huidige - niet bestaande - bruggen en poorten. Te grote wijzigingen zorgen immers voor herkenningsproblemen.
Ook een ‘Europese’ tulp of molen zit er dus niet in, al was het maar omdat er voor vijftien landen slechts zeven biljetten beschikbaar zijn. Al kunnen we wellicht toch proberen een typische Hollandse brug of waterpoort bij de Europese bankiers te promoten.

woensdag 5 december 2007

Column België Pepernoot

Net als in Nederland maken ook bij onze zuiderburen honderdduizenden kinderen zich weer op voor de jaarlijkse stapel cadeau’s die Sinterklaas en zijn pieten langs komen brengen.
Het volksfeest rond de gulle gever wordt er sinds jaar en dag bijna even uitbundig gevierd als in onze lage landen, al gaat het feestgedruis aan sommige regio’s en steden voorbij. Zo is het in bijvoorbeeld Aalst, Beveren en Ieper juist Sint-Maarten die afgelopen maand al cadeau’s rondbracht.
Maar er zijn opmerkelijker verschillen. Zo kent men in Vlaanderen bijvoorbeeld niet de klassieke pakjesavond op 5 december, maar is het pas de ochtend van 6 december dat de Sint verjaart en de schoenen volstopt met cadeau’s.
Net als bij ons laten de Belgische peuters en kleuters daarin vaak een tekening en een wortel voor het paard achter. Opvallend en typisch Belgisch is dat bij de schoen ook regelmatig een flesje bier wordt gezet. Al is niet duidelijk of het nu Sint of piet is die ’s-nachts het pintje nuttigt.
Cadeau’s zijn er bij onze zuiderburen louter voor de kinderen. Volwassenen doen niet aan Sinterklaas en van rijmen laat staan surprises heeft men nog nooit gehoord. Hun cadeau ligt over enkele weken onder de kerstboom.
Grappig is dat zelfs een chocoladeletter er niet in zit in het om zijn bonbons en pralines vermaarde land. Het fenomeen blijkt typisch Hollands en bestaat bij onze zuiderburen simpelweg niet.
Aan schuimpjes en marsepein geen gebrek, maar echt opvallend is natuurlijk ook het totaal ontbreken van banketletters, taaitaai en gek genoeg zelfs pepernoten ! Probeer een Belg uit te leggen dat zwarte pieten in Nederland massaal kleine ronde speculaasjes rondstrooien en hij zal je verbijsterd en ongelovig aankijken.
Dat de meeste snoeptermen wel in bekende sinterklaasliedjes opduiken lijkt niemand te deren. Maar ja, dat doen we zelf ook. Zo weten de meeste Nederlanders immers ook niet wat een ‘kapoentje’ is, een term die juist in Vlaanderen weer algemeen wordt gebruikt om een ‘kleuter’ aan te duiden.
Dus zul je Belgische kinderen ook zonder problemen luidkeels ‘Zie ginds komt de stoomboot’ horen zingen, wanneer Sint en zijn knechten hun intrede in het dorp maken. Zelfs al hebben de meeste Vlaamse kapoenen door het ontbreken van sloten en vaarten zijn schuit nog nooit ergens aan zien meren.
Maar dat kan de pret dus niet drukken. Even buiten Brussel hebben ze zelfs een spectaculair alternatief bedacht. De ‘intocht’ van de Sint gebeurt daar ieder jaar per helikopter.