dinsdag 7 oktober 2008

De garantie van Wouter

Kan een land eigenlijk failliet gaan wanneer haar bankstelsel instort ? Niet alleen de rampverhalen rond tientallen grootbanken in Europa, maar vooral ook het dreigende ‘bankroet’ van IJsland roept vragen op over het gemak waarmee Wouter Bos deze week met een vingerknip het spaargarantiebedrag in Nederland van 38.000 tot 100.000 euro verhoogde.
Is dit bedrag eigenlijk wel gedekt en hoe gaan we in hemelsnaam miljoenen Nederlanders voor miljarden compenseren indien onverhoopt een private bank als ING of de Rabobank omvalt ?
Volgens de afspraak schieten de overblijvende banken - inclusief Fortis en ABNAmro - de gedupeerde spaarders van hun concurrent tegemoet en eventueel – bij een grote schadepost – ook nog de overheid.
Uit recente cijfers blijkt dat Nederlandse gezinnen liefst 237 miljard euro, ofwel gemiddeld zo’n 30.000 euro per huishouden, op hun spaarrekening hebben staan. Een gigantische bedrag, want bijvoorbeeld meer dan de totale Nederlandse staatsschuld en bovendien anderhalf keer het bedrag dat Bos’ rijksoverheid jaarlijks uitgeeft aan onder meer onderwijs, veiligheid en de sociale zekerheid.
Wie niet beter weet zou daarom denken dat de minister met zijn royale belofte dezelfde fout maakt die de falende bankiers nu overal wordt verweten: een onverantwoordelijk risico nemen door garant te staan voor iets dat je, wanneer puntje bij paaltje komt, nooit kunt waarmaken.
Maar een wat diepere blik op de Nederlandse economie doet die conclusie verbleken. De verhoging ‘gratuit’ noemen gaat wat al te ver, maar de garantie van een ton heeft bij een omvallende bank veel minder schade dan gedacht.
Wat Nederland immers zo uniek in de wereld maakt zijn onze torenhoge particuliere schulden. Een astronomische 680 miljard euro (!) lenen we momenteel van onze banken, waarvan 85 procent in de vorm van hypotheken.
We mogen dus wel leuke bedragen op onze spaarbankboekjes en internetrekeningen hebben, in miljoenen gevallen staat daar een fors hogere hypotheekschuld of persoonlijke lening voor de auto of de boot tegenover.
Wie derhalve een ton heeft gespaard maar ook een drie keer zo hoge hypotheekschuld heeft ontvangt bij een failliet van zijn bank helemaal niets. De garantieregeling verrekent dan slechts tegoeden en schulden, waardoor in het voorbeeld het spaargeld verdampt maar de hypotheek naar twee ton zakt.
Het kost de andere banken en dus ook Bos in de meeste gevallen dan ook niets en ook voor de rekeninghouder is, het los van veel gedoe, een vestzak broekzak operatie. Wat echter niet wegneemt dat het huidige depositogarantiestelsel op de schop moet.
Want juist doordat tegoeden en schulden worden verrekend zijn het relatief kleine rampen bij buitenlandse prijsvechters als Icesave waarvoor banken als Rabo, ING of – via de staat – ABNAmro bij een eventueel bankroet een deel van de verloren gegane centen moeten vergoeden.
Bij de IJslanders en vergelijkbare Turkse banken worden immers vooral spaargelden aanhouden en geen schulden. Extra wrang voor de Nederlandse banken is dat het veelal om hun eigen oude klanten gaat, die zijn gezwicht voor de schreeuwerige advertenties en het halve procentje rente extra.

0 reacties: