Het is amper kwart voor acht maar in de knusse restaurantjes aan de Grote Markt in Ieper wordt overal haastig de rekening gevraagd. Vijf minuten later is het er uitgestorven en schieten buiten honderden mensen het donkere plein over. In colonne gaat het naar de Menenpoort, waar al tachtig jaar (!) iedere avond om klokslag acht uur de ‘Last Post’ klinkt om de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog te herdenken.
Zeker nu 11 november de negentigste verjaardag van het eind van de ‘Grooten Oorlog’ markeert groeit de dagelijkse toeristenstroom onder de grote ronde boog, die de binnenstad van Ieper van het vroegere slagveld scheidt.
In 1928 werd begonnen met het blazen van de ‘groet aan de gevallenen’, een traditie die alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd onderbroken. ,,Gemiddeld staan er iedere avond zo’n zeshonderd mensen onder de poort. En hun aantal neemt iedere maand toe”, aldus Peter Slosse van Toerisme Ieper, dat een ware invasie aan oorlogstoeristen beleeft.
Vooral Britten komen massaal naar het plaatsje, waar nu het prachtige ‘In Flanders Fields’-museum staat en tussen 1914 tot 1918 een van de meest zinloze veldslagen uit de geschiedenis plaatsvond. In de loopgraven rond de belegerde en totaal kapotgeschoten stad kwamen in vier jaar een half miljoen militairen om, een onvoorstelbaar slagveld waarbij ruim de helft van de slachtoffers uit het Britse leger kwam.
Van 54.896 soldaten uit The British Army werd het lichaam nooit teruggevonden, maar hun namen staan in de muren en gewelven van de poort gebeiteld. Wanneer ’s-avonds de laatste trompettonen van de Last Post wegsterven, kun je een speld horen vallen. Oud én jong is onder de indruk. In de menigte wordt menig traantje weggepinkt. 
De meesten komen uit Engeland en Schotland, maar er zijn ook opvallend veel Canadezen en Australiërs. Ook Peter Nelson uit Manchester en zijn vrouw zijn bij de ceremonie aanwezig. ,,Ik heb hier geen familie verloren, maar vind het gewoon een prachtige plechtigheid. We zijn al meerdere keren geweest”.
Moria Hallen is met ze meegereisd en toont een piepklein medaillon. Erop staat de beeltenis van James Hawkworth, sergeant bij de 66ste divisie van de Royal Field Artillery die op 28 december 1917 bij Ieper om het leven kwam. ,,Het is de grootvader van een collega van mij, die het heeft meegegeven. We hebben vandaag zijn graf gezocht en gevonden. Een heel bijzonder moment.”
De hele Vlaamse ‘Westhoek’ is dan ook bezaaid met oorlogskerkhoven die de komende tijd zeker een half miljoen bezoekers per jaar gaan trekken. Daaronder ook al meer Nederlanders, die het bezoek aan de streek vaak combineren met een bourgondisch weekendje België.
“Maar ook in Noord Frankrijk, in Pas-de-Calais komen steeds meer Nederlandse toeristen,”, aldus Jacqueline Kamps, in de Benelux verantwoordelijk voor de promotie van het toerisme in dit gebied.De regio telt een aantal indrukwekkende gedenkplaatsen, zoals de Wellington Groeve in het stadje Arras. Twintig meter onder de straten ligt een uitgebreid onderaards netwerk van tunnels met een capaciteit van ongeveer 24.000 soldaten.
Vlakbij in het plaatsje Notre-Dame-de-Lorette liggen 20.000 individuele graven. In een herdenkingskapel staan de namen van duizenden vermisten gegrift, waaronder die François Faber, die zes jaar voor hij sneuvelde de Tour de France won. Verschillende musea in de streek geven een goed beeld van de oorlog. Pakkend zijn de beelden van vijandelijke soldaten die tijdens een Kerstbestand kerstliederen met elkaar zingen.
In Arras, maar zeker ook in Ieper beseft men dat het oorlogstoeristen alleen nog maar verder toe zal nemen. ,,Vooral natuurlijk richting 2014, honderd jaar na de start. Nu al merk je dat dit voor een gigantische toeloop gaat zorgen. De Eerste Wereldoorlog leeft echt als nooit tevoren”, aldus Slosse.
vrijdag 1 mei 2009
OP STAP: De ode van Ieper
Geplaatst door Ronald Veerman
--------------------------
op
vrijdag, mei 01, 2009
categorie: België, Reisverhalen
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen