Vijf jaar geleden gingen Nederland en Duitsland nog net niet op de vuist over het tot drie procent opgelopen Duitse financieringstekort, maar nu de kredietcrisis keihard toeslaat en de begrotingen van veel EU-landen opnieuw diep in het rood schiet blijft het opvallend rustig. Eurolanden als Frankrijk, Ierland, Portugal en Spanje gokken immers op een soepele behandeling van het drie jaar geleden flink afgezwakte Stabiliteitspact.
Dat veel lidstaten de toen tevens gemaakte afspraak - om in goede tijden meer aan schuldaflossing te doen – in de wind hebben geslagen blijkt overduidelijk uit de gisteren door de Europese Commissie bekendgemaakte budgettaire prognoses.
Net nadat dit voorjaar het laatste euroland op de golven van de hoogconjunctuur van het strafbankje wist af te komen staan de lidstaten bij de eerste tegenwind alweer in de rij om een procedure van Brussel aan de broek te krijgen.
Spanje, Portugal en Frankrijk zien hun tekorten tot boven 3% stijgen. Al is dat nog niets vergeleken met de dramatische ontwikkeling in Ierland, dat in 2010 tegen een roodstand van liefst 7,2% aankijkt. Ook de Britten, hoewel geen euroland, koersen naar een tekort van liefst 6,5%.
Daarmee wordt pijnlijk duidelijk dat er helemaal niets terecht komt van de twee jaar geleden in Berlijn zo mooi opgetuigde Europese afspraak om rond 2010 alle eurobegrotingen in evenwicht of overschot te brengen. Een vooral door Nederland en Duitsland gestimuleerd streven en ingegeven door het feit dat beiden wel jarenlang hard hebben gewerkt om hun overheidsfinanciën op orde te brengen.
Onze oosterburen zien daardoor ondanks de economische tegenwind slechts een kleine min op de overheidsbalans ontstaan, terwijl Wouter Bos (Financiën) zelfs nog een plusje kan tonen.
Maar de kans dat de anderen het been snel bijtrekken is klein, nu de regels van het stabiliteitspact hen erg veel flexibiliteit geven. Met gemak kan immers een beroep worden gedaan op het nieuwe criterium ‘uitzonderlijke omstandigheden’, dat sinds 2005 toestaat dat een buitensporig tekort een jaar langer aanhoudt. Een termijn die bovendien bij blijvende tegenspoed nog eens kan worden verlengd.
Iets waar op zich iets voor te zeggen is, omdat gedwongen bezuinigingen en lastenverzwaringen een krimpende economie doorgaans extra pijn doen. Al zullen Nederland en Duitsland het als beste jongens van de klas met gemengde gevoelens aanschouwen en de brekebenen het liefst alsnog aansporen tot stevige structurele hervormingen.
Bovendien dreigt het gevaar dat de Franse president en huidig EU-voorzitter Sarkozy de huidige malaise aangrijpt om de budgettaire teugels in zijn land opnieuw te laten vieren. Zeker nu hij al jaren een kruistocht voert tegen het in zijn ogen Brusselse en Frankfurtse cijferfetisjisme, dat hem verbied de Franse economie fiscale impulsen te geven.
Al zijn daarbij toch ook al meer jaloerse ogen op Duitsland – en in mindere mate - Nederland gericht. Twee landen die de budgettaire ruimte hebben om hun - en Europa’s - economie met lastenverlagingen en extra overheidsuitgaven aan te jagen, maar dit tot ergernis van de pactbrekers toch niet doen. De jaren zeventig hebben immers geleerd dat dit op termijn averechts werkt.
dinsdag 4 november 2008
Het soepele pact
Geplaatst door Ronald Veerman
--------------------------
op
dinsdag, november 04, 2008
categorie: columns Europa
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen